Ombudsman stelt regering en Staten deadline over pensioen en rechtspositie

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Ombudsman Keursly Concincion heeft regering en Staten tot 25 oktober de tijd gegeven om duidelijk te maken hoe zij zijn nog altijd onvolledig geregelde rechtspositie gaan oplossen. Bijna elf jaar na zijn aantreden bestaat nog steeds geen wettelijke pensioenregeling voor de Ombudsman, terwijl sinds 2010 wel pensioenpremies op de bezoldiging worden ingehouden.


Concincion heeft daarvoor advocaat Karly Bertrand ingeschakeld. Die stuurde op 23 september een brief aan de regering en de Staten. Daarin wordt gevraagd uiterlijk begin volgend jaar het wetgevingsproces voor de pensioenregeling te starten en die regeling vóór juni 2027 in werking te laten treden. Ook de overige arbeidsvoorwaarden van de Ombudsman moeten dan zijn geregeld.

Het probleem bestaat al sinds Curaçao op 10 oktober 2010 een autonoom land werd. De Landsverordening Ombudsman verwijst voor het pensioen naar de Pensioenregeling politieke gezagdragers van de Nederlandse Antillen. Die regeling werd bij de staatkundige hervorming echter niet voor Curaçao voortgezet.

Daardoor ontstond een juridische leemte. In 2020 bevestigde de regering aan de Staten dat in de praktijk wel pensioenpremie op de bezoldiging van de Ombudsman werd ingehouden en aan het Algemeen Pensioenfonds Curaçao werd afgedragen. Tegelijkertijd bestond geen nieuwe pensioenregeling voor politieke gezagdragers waarop de Ombudsman kon terugvallen. De regering meldde toen dat daarvoor een concept-landsverordening in voorbereiding was.

Raad van Advies waarschuwde al in 2017

De onvolledige rechtspositie was toen al jaren bekend. De Raad van Advies wees de regering in februari 2017 erop dat niet alleen de bezoldiging, maar ook de overige rechten en plichten van de Ombudsman wettelijk moesten worden geregeld. De Raad vroeg de regering dat met voortvarendheid te doen.

De regering pakte daarna wel de bezoldiging aan. Daarbij werd gekozen voor een salaris van 7,5 procent boven het maximum van de hoogste ambtelijke bezoldigingsschaal. De regering koppelde dat mede aan de bijzondere positie van de Ombudsman als onafhankelijk instituut.

In 2021 werd ook de bezoldiging van de plaatsvervangend Ombudsman geregeld. Voor diens overige rechten en plichten moest volgens de regering nog een afzonderlijke regeling volgen.

Maar een volledige regeling voor het pensioen en de overige arbeidsvoorwaarden van de Ombudsman kwam er niet.

Eigen actuaris

Volgens Bertrand heeft Concincion tussen 2016 en 2024 herhaaldelijk bij de regering aangedrongen op vaststelling van zijn rechtspositie. Inmiddels heeft hij op eigen kosten een actuaris laten berekenen hoe zijn pensioenvoorziening alsnog kan worden geregeld. Daarbij zijn twee scenario’s uitgewerkt die aansluiten bij de pensioenregeling voor Statenleden.

De advocaat wil dat uiterlijk 1 januari 2027 daadwerkelijk met de wetgeving wordt begonnen. De nieuwe pensioenregeling moet vervolgens uiterlijk 1 juni van dat jaar in werking treden en terugwerken tot 10 oktober 2010.

Ook de overige rechtspositionele aanspraken moeten dan zijn vastgelegd. Het gaat volgens de brief onder meer om onkostenvergoedingen en voorzieningen voor telefoon- en representatiekosten.

Concincions huidige ambtstermijn eindigt op 27 oktober 2027. Zijn advocaat wil voorkomen dat hij zijn functie verlaat zonder dat duidelijk is welke pensioenrechten hij tijdens zijn ambtsperiode heeft opgebouwd.

De kwestie wordt ook in verband gebracht met de onafhankelijkheid van het instituut Ombudsman. De regering verwees tijdens de behandeling van de bezoldiging zelf naar de internationale Venice Principles. Daarin staat dat de bijzondere positie en onafhankelijkheid van een Ombudsman ook tot uitdrukking moeten komen in de bezoldiging en pensioenvoorziening.


287 keer gelezen

Deel dit artikel: